Dit is een pagina van Natuurplakboek.be
NATUURPLAKBOEK nr 13
Door JOhan Opsomer – 5 juni 2008

Wie nu
door de polder fietst of wandelt zal ze ongetwijfeld al gehoord hebben.
Geen enkele andere vogel slaagt er in om zo veel aandacht te trekken als het
gaat om het verklikken van de eigen
nesten of jongen. Met een beetje verbeelding hoor je ze zelfs hun eigen naam
roepen.
De grutto op zich is een aardige verschijning. Vanaf maart zijn ze er volop na
hun overwinteringperiode in ofwel zuidelijker gebieden. Een deel kan je ook
tijdens de winter op voedselrijke slikken zien, maar die trekken dan weer
noordwaarts om onze noorderburen een voorjaarsconcert te geven.
Het is een echte steltloper, zij het minder stelt dan een reiger of een
ooievaar, maar toch stelt genoeg om zich in ondiep water aardig thuis te voelen.
In natte weiden, op overstromingsgebieden en in slikken en schorren zoeken ze
hun voedsel.
Als je de duim en de wijsvinger gestrekt op elkaar legt heb je een beetje een
idee hoe zo’n bek werkt. Je kan het puntje bewegen terwijl je toch de duim en
de vinger stil houdt. Op zijn eigen diepte gaat de grutto zo kleine beestjes en
ander eetbaar spul grijpen. Andere waadvogels hebben een andere beklengte en
vinden dus niet hetzelfde voedsel als de grutto. Zo zijn ze nooit echt
voedselconcurrenten van elkaar.
Het is pas als de grutto opvliegt dat je merkt dat hij veel meer is dan een
sierlijke rossige langpoter. Er ontvouwt zich een verrassend wit patroon op de
staartbasis en op de vleugels.
En ook dan kan je hun serenade horen.
De grutto is maar één van de vele verrassende ontmoetingen in de polders. Het
loont zeker de moeite om tussen eind maart en half juni even te gaan polderen en
daar kennis te maken met de talrijke broedvogels.
Tekst en fotografie : Johan
Opsomer
Stuur een mailtje naar johan.opsomer@pandora.be
voor een gratis abonnement, zo krijg je minstens één keer per week een pagina
in je mailbox.
Blader doorheen de reeds gepubliceerde pagina's door links op het onderwerp te klikken.