Dit is een pagina van Natuurplakboek.be

NATUURPLAKBOEK nr 4

Door JOhan Opsomer – 30 april 2008

Over nestkastjes is al veel geschreven, en al veel fout geschreven.Men heeft het in veel boekjes vooral over de grootte van de opening, maar dat maakt niet zo veel uit. Dat heeft tenslotte alleen te maken met het vermijden van bepaalde vogels in die kast. 
Wat goed is voor de grotere koolmees is ook goed voor de pimpelmees, maar niet omgekeerd. Er zijn honderden goede bouwplannen te vinden.Het is wel belangrijk om weten hoe je de kastjes ophangt.
Als je als wetenschap hebt dat 90 procent van de vogels op een hoogte nestelt die lager ligt dan 3 meter , dan is het heel duidelijk hoe hoog je een nestkastje ophangt.
Als je bovendien kan zorgen voor een rustige en beschutte omgeving dan is de kans veel groter dat het kastje daadwerkelijk bewoond wordt. In een steriele tuin, met alleen een grasveldje en een paal als ‘hang-up’ voor je kastje zal je weinig succes hebben. Als je jezelf als vogel indenkt, dan zal de keuze tussen een open-en-bloot-nestkastje en een dichte meidoornstruik vlug gemaakt zijn. Daarom is een partij struiken en een ruig hoekje van de tuin de beste natuurlijke woonplaats voor vogels, veel beter dan het beste nestkastje.
Als je ophangt dan zijn een aantal heel logische regels wel belangrijk. Hang op voor het broedseizoen, januari en februari zijn goede maanden.
Laat het nestkastje lichtjes voorover hellen, zodat het droger blijft bij heerlijk regenweer.
Hang het naar het voormiddaglicht, zuidoost, dat is droogst, geeft beschutting tegen de koudste wind en is niet zo warm in de warmste dagen.
En observeer en geniet.

Tekst en fotografie : Johan Opsomer
Stuur een mailtje naar johan.opsomer@pandora.be voor een gratis abonnement, zo krijg je minstens één keer per week een pagina in je mailbox.

Blader doorheen de reeds gepubliceerde pagina's door links op het onderwerp te klikken.